Mijn naam is Tiebo Jacobs, 27 jaar en geboren als rechtsbuiten. John de Wolf werd mij opgedrongen als idool, daar ik eenzelfde matje droeg tot aan de brugklas. Marc Overmars heeft het een stuk langer volgehouden; aan mijn lengte is namelijk weinig veranderd. Ik woon samen met Marion en heb twee kinderen die meestal niet luisteren naar de namen Sem en Manou.

Zodra ik mijn zwemdiploma had gehaald begon ik in de F-jes bij BNC uit Finsterwolde. Na Bert Veurink werd Eddy Molema mijn trainer die mij echt in vervoering voor de sport bracht en na de training fietste ik steevast nog even langs om per keer twee exemplaren van ‘Sjakie en de wondersloffen’ te lenen uit zijn collectie. Voetballen leerde ik op een grasveldje achter de buurtsuper waar ik gemiddeld zo’n 366 dagen per jaar te vinden was. Samen met Ronny, Harold, Rudie en anderen een vast straatbeeld in het dorp. Herman Dieterman en Heiko de Voogd bereidden mij voor op een jeugdcontract bij de BV Veendam. Het leek beloftevol, maar ik miste veldbrutaliteit en fysiek vermogen. Ik vergeet nooit dat doelpunt in een toernooi bij Ajax, waar Jack van Gelder mijn naam omriep. Trots dat mijn vader was. Een ander hoogtepunt, behalve op het moment zelf, was gedold worden door Arjan Robben bij wie ik drie seizoenen achtereen in dezelfde competitie speelde. Ik kwam verder uit voor WVV uit Winschoten, een vriendenelftal bij Olympia’60 uit Dongen en MOVV in Midwolda.

Ik ben van origine een echte rechtsbuiten, maar heb door speltactiek (lees:’het niet genoeg man hebben’) leren spelen op vrijwel alle posities. Zo werd ik door de BVO Emmen in een seizoen gescout als rechtsbuiten, maar ook als voorstopper. Alleen als keeper of wissel ben ik minder geschikt. Ik ben dan ook een teamspeler en mijn sterkste punten zijn spelinzicht, coachen en de pass of voorzet. Met mijn hoofd doe ik veel, maar koppen is hierbij geen hoofdzaak en ik wel nog wel eens ‘te mooi doen’.

Binnen de gelederen van Voetbal77 vervul ik de functie van General Manager. Klinkt heel wat, maar in de praktijk zie ik het meer als de materiaalman. En zoals ook in werkelijkheid, is dat een dankbare taak die met passie vervult wordt. Ik bemoei me overal tegenaan, praat en denk mee met alle auteurs over hoe hard de bal moet worden opgepompt en trek de lijnen waarbinnen er gejournaliseerd wordt. Af en toe houd ik de bal zelf nog een paar keer hoog en neem de hesjes mee naar de vergadering.