Met de voetbaltas over het stuur

lekker trainen

Het is een uurtje of zeven en gauw pak je je voetbaltas. Je vraagt je vriendin waar je schone trainingskleren liggen. Terwijl je je tas inpakt hoor je vanuit de keuken nog iemand roepen: ‘Vergeet niet een handdoek mee te nemen he’. Je trekt je jas aan en pakt je fiets uit de schuur. Je gooit je tas op het stuur en fietsen maar.

‘kloten Nederland, altijd regen en wind bah’

 

Na honderd meter kom je er al achter dat je achterlicht het niet doet. Nou ja denk je bij jezelf: ‘Die maak ik deze week nog wel even’. Onderweg vraag je je af wat de trainer vanavond in petto heeft voor zijn jongens. Zou het veel loopwerk zijn of zouden we vanavond veel met de bal gaan doen. Als je twee keer in de week traint dan is één training meestal gericht op het conditionele aspect en de andere training meer wedstrijd gericht. Je hoeft maar een stukje te fietsen naar het voetbalveld maar die dikke tegenwind, daar had je geen rekening mee gehouden. Kloten Nederland, altijd regen en wind bah. Opeens vliegt je voetbaltas van het stuur af en belandt in het voorwiel. Weer een spaak krom. Gauw de tas weer op het stuur en flink doortrappen maar.

 

Je neemt de afgelopen wedstrijd nog even in gedachten door en baalt van de verkeerde keuzes die je hebt gemaakt in de 90 minuten. Ook sta je nog stil bij die mooie actie waardoor je de spits vrij speelde voor de keeper. Hoe deed ik dat eigenlijk? Was het de bedoeling of gebeurde het op intuïtie. Soms doe je in een wedstrijd dingen waarvan je niet eens wist of het wel de bedoeling was. heb ik dan een sensor in mijn hoofd die mijn voeten aansturen zonder dat ik het weet?  Zouden we dit talent kunnen noemen?

Je rijdt met je fiets het terrein van het sportterrein op. Fiets wegzetten, tas van het stuur en gauw de kantine in voor een kop koffie. Ondertussen loopt de kantine vol met teamgenoten en de eerste sterke verhalen doen alweer de ronde. Na het nuttigen van je vers gezette bakkie leut door de vrijwilligers in de kantine ga je samen met je vrienden naar de kleedruimtes. In de kleedlokaal besef je je dat iedereen onbewust een min of meer vaste plek heeft. Je ritst je voetbaltas open en de geur van kattenpis komt je tegemoet. Ah nee he denk je: ‘Die kloten kat van de buren heeft in mijn tas gepiest’. Je hoort je vriendin al zeggen:’ ik zei toch dat je je voetbaltas niet te lang buiten moest laten staan’.
Je trekt je trainingskleren aan en haalt de kicksen uit je voetbalschoenen tasje, dit tasje heb je immers gekregen toen je aan het begin van het seizoen nieuwe schoentjes kocht. De voetbalschoentjes zitten lekker glanzend in het vet maar wat glimt er nu zo op de bodem van je voetbaltas? Shit je shampoo fles is opengegaan en nu zit je schone onderbroek er onder. Dat is balen zeg.

 

‘al gauw laat je een paar scheten’

 

Als de laatste man het kleedlokaal verlaat en de deur achter zich dicht trekt loopt iedereen met de materialen naar het trainingsveld. De verlichting schijnt over het veld en je krijgt zin om te trainen. terwijl de trainer druk bezig is om de pionnen her en der over het veld weg te zetten, neemt de aanvoerder de leiding tijdens de warming up. Na drie keer op en neer te zijn gelopen over het veld, kom je erachter dat je beter niet voor de tweede keer je bordje vol moest scheppen tijdens het warm eten. je krijgt krampen in je buik en al gauw laat je een paar scheten om de druk een beetje van je buik te halen. Als dat maar goed gaat tijdens de training………….?